verhalenwedstrijd 2021 (inzending 25)

Dit verhaal is een inzending voor de verhalenwedstrijd 2021, georganiseerd door Cultuur Overdag in het kader van de Boekenweek 2021 met als thema ‘Tweestrijd’.

Een fluisterend hart

door Kin siyad Ali (Nuenen)

Toen Victor achterom keek zag hij achter zich een groot zwart gevaarte op hem afkomen dat met vurige klauwen naar hem greep. Hij rende zo hard als hij kon terwijl de ruwe en harde boomtakken in zijn gezicht prikten. Zijn gezicht was lijkbleek en zweetdruppels stonden op zijn voorhoofd. Hij voelde een kloppende pijn in zijn enkel. Opeens leek iets zijn been vast te grijpen en viel hij keihard op de grond. Het gehuil van de wolven kwam steeds dichter en dichterbij. Zodra hij probeerde op te staan, zakte hij door zijn enkel en plofte weer neer. In het maanlicht ving Victor een glimp op van een persoon en toen werd alles om hem heen donker.

 Hoewel alles pijn deed kwam Victor nu weer langzaam bij. Terwijl hij voorzichtig overeind kwam keek hij verbaasd om zich heen. Hij lag op een matras van bizonhuid in een grote kegelvormige tent. In het midden van de tent was een kleine vuurplaats. Hij keek naar zijn enkel en zag dat er een doek omheen was gewikkeld. Voorzichtig stond hij op. Hij deed een paar passen. Het voelde niet prettig, maar hij bleef tenminste overeind. Rustig liep hij de tent uit. Overal waar hij keek zag hij bomen. Op de grote open plek in het bos stonden tenten. Het waren schitterende tenten, vooral nu het licht van de opkomende zon erop scheen. De lucht werd steeds blauwer en er dreven af en toe witte wolken voorbij. Aan alle kanten hoorde hij het getjilp van vogels. Droomde hij nu?
‘Hij is wakker.’ Hoorde hij iemand zeggen. Naast hem stonden een jongen en een meisje. De jongen droeg een lendendoek en het meisje een rok met franjes.
‘Kun je ons vertellen hoe je hier bent gekomen?’ vroeg de jonge. Victor zweeg. Hij wist donders goed wat hem hier had gebracht. Hij was weggerend voor al zijn problemen, maar dat ging hen niets aan.
‘Het stamhoofd wacht op je, kom mee,’ zei het meisje. Even later stond Victor oog in oog met een oude man. Zijn zongebruinde gezicht glansde en zijn donkere ogen keken hem doordringend aan. Om zijn schouders droeg hij een kleurige deken. Ondanks dat zijn gezicht beschilderd was zag je een ernstig litteken op zijn linkerwang. De man wenkte Victor dat hij met hem mee moest komen. Het duurde niet lang of ze liepen al diep in het bos. Het zonlicht viel in stralen op de bosgrond neer. Toen ze een bocht om kwamen liepen ze opeens over een open plek. In het midden van de lege vlakte stond een kapotte totempaal. Iets verderop lag een hoofd van een adelaar dat gesneden was uit rood cederhout.
‘Ons familiewapen is door de vijand verwoest, ze willen oorlog. Wat moeten we doen?’ vroeg de oude mam. Victor twijfelde. Iets zei hem dat ze oorlog moesten voeren, maar iets anders zei hem, totaal het tegenovergestelde.
‘Kwaad bestrijd je niet met kwaad,’ zei de oude man, voordat Victor ook maar kon antwoorden. Even later wees de man naar een veer in zijn hoofdtooi. De veer was gespleten.
‘Ik ben meerdere keren gewond geraakt in de strijd tegen de vijand, denk je dat ik heb gefaald?’ Victor voelde weer dat gevoel. Iets zei hem dat de oude man zwak was, maar iets anders zei hem, totaal het tegenovergestelde. Weer kon hij geen antwoord geven.
‘Hoe weet je dat je het juiste doet, naar wie moet je luisteren?’ vroeg Victor.
De oude man antwoordde: ‘Luister niet naar de schreeuwende stem in je hoofd, maar luister naar de fluisterende stem in je hart.’

Informatie delen:
%d bloggers liken dit: